|
Bij veel van onze vogels razen
de hormonen die zorgen voor de voortplanting wel ééns of regelmatig door hun
lichaampjes. Deze hormonen regelen o.a. :
 |
de drang om een partner te zoeken en te
paren |
 |
de drang om een nest te
zoeken en/of bouwen en deze
te verdedigen> |
 |
het leggen van de eieren (ook als een dier alléén wordt gehouden!) |
|
het stoppen
met leggen van eieren bij een bepaald aantal eieren in het nest |
 |
het
beginnen met broeden |
|
het stoppen
met broeden |
Vogels die alléén gehouden worden
leggen ook regelmatig eieren. Deze eieren zijn dan onbevrucht en hier zal dus
geen jong uit komen. Er wordt vaak geadviseerd om eieren die gelegd worden
meteen weg te halen bij de pop. Dit is echter niet helemaal juist. Een vogel die
een ei heeft gelegd en 'broeds' gedrag vertoond zal in de meeste gevallen
namelijk gewoon door blijven leggen tot ze een compleet legsel heeft. Dit is bij
vogels onderling verschillend. Zo leggen grasparkieten gemiddeld 4-6 eieren,
terwijl kaketoe's gemiddeld 2 eieren leggen. Deze hormonen (o.a. LH) stimuleren
het leggen van eieren totdat het dier een compleet legsel heeft, pas daarna
daalt dit hormoon en wordt de afgifte van een ander hormoon (prolactine)
gestimuleerd die zorgt dat het dier gaat broeden.
Neem dus geen eieren weg bij uw vogel,
maar laat ze liggen of geef uw vogel nestgelegenheid waarin ze haar eieren kan
leggen. Laat haar de eieren bebroeden en neem pas alles (het nest en eieren) weg
na de broedduur van uw vogelsoort. Deze is voor agaporniden zo'n 3 weken en voor
grotere vogels 1 maand. Vaak toont de pop aan het eind van haar broedperiode al
weinig tot geen interesse meer in het nest en de eieren.
Het zijn voornamelijk de poppen die in deze
'broedse periode' vervelend voor de eigenaar zijn. Veel eigenaren ervaren het
als vervelend omdat de pop zich anders gedraagt als 'normaal'. Normaal zet ik
tussen haakjes, omdat het zo'n broedse periode wel normaal is voor de
vogel. Kenmerken van een pop in een broedse periode kunnen zijn:
 |
Agressief gedrag, vaak bij of rond haar
nest of kooi |
 |
Onafhankelijk gedrag, meer op haar zelf |
 |
Overdreven aanhankelijk |
 |
Continu neiging tot paren, zie foto |
 |
Nestmateriaal verzamelen, kranten
verscheuren, takjes en papier naar het nest slepen, etc. |
 |
Het leggen van eieren |
 |
Gevarieerder en/of meer eten |
 |
Minder vaak poepen, maar wel in grotere
hoeveelheid |
 |
Ontlasting die anders ruikt/stinkt |
| Deze
grijze roodstaart laat typisch gedrag zien van 'broedsheid'. De veren
hangen iets afgehouden van het lichaam omlaag. Bij druk op de rug gaan de
vleugels iets uit elkaar. Daarbij maakt ze een soort piepend/kreunend
geluid. |
 |
Veel vogels hebben bepaalde periodes in een jaar
waarin ze broeds zijn, bij andere vogels merkt de eigenaar niet eens dat ze
broeds zijn of worden en weer andere vogels worden helemaal niet broeds. Het kan inderdaad vaak heel
vervelend zijn voor eigenaren als hun vogel lang broeds blijft of bijna het
gehele jaar door continu broeds is. En er is
inderdaad weinig aan doen omdat het hormonen zijn die de boel regelen. Maar
hormonen worden op hun beurt weer geregeld door bepaalde factoren in omgeving
en in het lichaam van het dier. Door deze factoren, waar mogelijk, aan te
passen of te veranderen is het vaak mogelijk een pop de minste stimulans te
geven zodat ze niet of kort in een broedse periode komt. Factoren die invloed
hebben om de hormoonhuishouding van vogels zijn o.a.:
-
lichtlengte
-
voeding
-
temperatuur
-
fysieke prikkeling (aanraken, strelen enz)
-
het aanbieden van een nestgelegenheid; echt nest, maar
ook speelgoedhuisjes, bedjes, etc
-
afleiding
We gaan hieronder wat dieper in op de
verschillende factoren die hierboven genoemd zijn.
1. lichtlengte
Het langer licht blijven, en dus een
langere daglengte heeft een gunstige invloed op de hormoonhuishouding van
vogels. Veel vogels komen daarom vooral in het voorjaar in broedstemming. Dit
is een factor die u gemakkelijk kunt aanpassen om uw vogel juist niet te
stimuleren tot broeden. Zorg ervoor dat u de daglengte verkort door de vogel
eerder in het donker te brengen en 's morgens langer in het donker te laten
zitten. Plaats de vogel in een donkere kamer in de avond rond een uur of 20.00
uur en haal hem daar de volgende ochtend rond 8.00 uur weer weg. Zorg ervoor
dat het echt donker is in de kamer waar u uw vogel plaatst en dat hij niet
gestoord wordt. Indien u een grote kooi heeft en het onhandig is om hem
dagelijks te verplaatsen, kunt u een kleinere kooi aanschaffen die u
in de 'slaapkamer' van uw vogel laat staan en waar u hem elke avond in
plaatst. Een zitstok is in principe voldoende, daar de vogel in het donker
slaapt en niet eet of drinkt.
2. voeding
Een overmaat aan verschillende
voedingssoorten is voor vogels een teken dat het een goede tijd is om jongen
groot te brengen. Er is immers voldoende voeding om het hele gezin te voeden
en in leven te houden. Dit is dus een andere factor die u kunt aanpassen. Geef
u vogel minder te eten indien u hem in overmaat voert. Zorg er natuurlijk voor
dat uw vogel dagelijks een volledige voeding krijgt! Minder eten betekent niet
dat u eenzijdig moet gaan voeren!
Een grijze roodstaart in nestblok met eieren.
3. temperatuur
De meeste hebben een voorkeur voor
warmere temperaturen als het om broeden gaat. Dit is natuurlijk veel gunstiger
voor de jongen. Maar in de natuur koelt het in de avond vaak sterk af in
vergelijking met de temperatuur overdag. Probeer dit ook na te bootsen in uw
huis. Plaats uw vogel daarom bij voorkeur in de avond vroeg in het donker,
maar ook op een koelere plek. Natuurlijk wordt hier niet mee bedoeld dat u uw
vogel buiten neerzet. Maar een bijkeuken, kamer of garage waar de temperatuur.
rond de 10 graden ligt is goede optie. Laat aub niet de verwarming in de avond
met opzet hoger staan voor uw vogel, die heeft dat helemaal niet nodig en
zoals u net al heeft kunnen lezen is het juist veel fijner voor hem om een
verschil in dag en nachttemperatuur te hebben.
4. fysieke prikkeling Broedse
vogels onderling vertonen bepaald gedrag, baltsgedrag genaamd, om de partner te
stimuleren tot o.a. paren. Indien u uw vogel aait, of een kusje geeft kan dit
voor de vogel een prikkel zijn tot dit baltsgedrag. Probeer daarom in de tijd
dat uw vogel broeds is bepaald fysiek contact te ontwijken. Hieronder een
lijstje met gedragingen die u beter kunt voorkomen of ontwijken.
 |
kusjes geven
|
 |
aan de snavel (zachtjes) trekken of tikken
|
 |
over de rug aaien/wrijven
|
Een pop die broeds is kan dus beter tijdelijk niet meer zoveel aangeraakt
worden. Dit betekent echter niet dat u uw vogel moet negeren! Er zijn tal andere
manier om uw vogel aandacht te geven. Probeer uw vogel te verplaatsen, door haar
netjes op te laten stappen en te belonen met de stem. Geef uw vogel aandacht
door tegen haar te praten, zingen, fluiten etc. Speel met de vogel dmv
speelgoed, bv een balletje, belletje, enz.
5. aanbieden van nestgelegenheid
Een ander factor die een dier mede kan stimuleren tot broeden is
nestmateriaal of nestgelegenheid. Indien uw vogel een BirdyBed,
nestje of iets wat op nestgelegenheid lijkt heeft is het verstandig dit weg te
nemen. Veel vogels proberen in kastjes, laden, achter boeken in een boekenkast
etc te kruipen, probeer dit te voorkomen. Sluit kasten en laden en probeer te
voorkomen dat uw vogel zich achter de boeken in de boekenkast verschuilt door
hem bv te kortwieken. Laat uw vogel ook niet onder uw trui of in uw mouwen
kruipen. Ook nestmateriaal kan een vogel stimuleren tot broeden, geef hem
tijdelijk geen papier, karton meer dat ze kan verscheuren en geen verse
boomscheuten. Geef uw vogel natuurlijk wel een alternatief om op te knagen,
zoals speelgoed van touw of hout.
|
Deze agapornis (Moosje) is bezig met nestmateriaal te verzamelen. Ze scheurt kleine
reepjes papier af die ze tussen haar rug- en stuitveren steekt om deze naar haar
nest te transporteren.
|
 |
6. afleiding Bovenstaande factoren hebben dus invloed op de broedsheid
van uw vogel. En u heeft net kunnen lezen dat u daarom deze factoren het beste
kunt ontwijken of kunt aanpassen om te proberen uw vogel zo kort mogelijk broeds
te laten wezen. Maar naast het werken met bovenstaande factoren is afleiding een
andere belangrijke factor. Probeer uw vogel zo af te leiden dat ze niet meer aan
broeden denkt, of daar geen tijd meer voor heeft. Een aantal manier van
afleiding kunnen zijn:
 |
nieuw speelgoed aanbieden
|
 |
kooi herinrichten
|
 |
kooi op andere plek zetten
|
 |
vogel mee naar buiten nemen en naar nieuwe plekken (vrienden, videotheek enz)
|
 |
(trucjes) trainen met uw vogel
|
 |
Dierenarts |
 |
Door bovenstaande factoren aan te passen of te vermijden kunt u dus er voor
zorgen dat uw vogel zo kort mogelijk broeds is of zelfs voorkomen dat ze broeds
wordt. Maar er zijn altijd uitzonderingen op de regel. Vooral agaporniden en
valkparkieten zijn soorten vogels die vaak lang of bijna voortdurend broeds
kunnen zijn. Daarbij vaak ook nog eieren leggend. Een vogel die per jaar veel
eieren legt kan zichzelf 'uitputten' doordat ze veel energie en voedingstoffen
in het produceren en leggen van de eieren verbruikt. Mocht u, nadat u boven
genoemde factoren heeft aangepast/vermeden, zo'n pop hebben dan is het aan te
raden om bij een vogelarts langs te gaan en met
haar/hem de situatie te bespreken. Het zou mogelijk kunnen zijn dat zij/hij een
hormooninjectie, operatie, enz adviseert.
|